Groep 2

Wat gebeurt er in onze groep?

Ook in deze groep staat een sfeer van veiligheid en geborgenheid voorop, zodat de kinderen zelfvertrouwen krijgen en nieuwsgierig zijn naar de wereld om hen heen. We werken in de onderbouw volgens een aantal principes van Basisontwikkeling. Basisontwikkeling is een visie op onderwijs waarin het kind wordt gestimuleerd tot zelfstandig werken naar eigen kunnen en creativiteit, en waarin het kind leert zelf tot oplossingen te komen. We kijken op welk niveau het kind zit, en we proberen hem/haar dan zó te stimuleren dat hij/zij een stapje verder doet in de ontwikkeling.

 

Het lokaal

De inrichting van het lokaal is een uitwerking van de ideeën over basisontwikkeling. Naast een aantal vaste ‘hoeken’ (bouwhoek, huishoek, lees- en luisterhoek, schrijf- en stempelhoek, knutseltafel, zandtafel, computer) is er ook een wisselhoek. Deze hoek kan dus steeds wisselen van thema. De kinderen hebben hierin grote inbreng: samen met hen wordt bepaald wat het nieuwe thema wordt en hoe zo’n hoek of tafel er uit komt te zien. Ook betrekken we hierbij geschreven taal: we maken een woordveld waarin woorden staan die de kinderen rondom het thema bedacht hebben. In deze themahoeken komen taal- en rekenactiviteiten in vele vormen terug: van een kassa tot een kassabon (in een winkelhoek), van een menukaart tot prijslijst (restaurant) van een weegschaal met pepernoten tot een boek van Sinterklaas (werkkamer van de Sint). In de klas is veel materiaal aanwezig, maar vaak komen de kinderen met ideeën waarvoor we dingen van thuis nodig hebben. Dan hangt er een briefje met wensen op ons prikbord of onze deur.

 

 

 

Spelen

Spel is een ander kernwoord van basisontwikkeling. In de groep wordt iedere dag gespeeld, in de speelleertijd. De leerkracht observeert het spel van de kinderen en speelt zelf regelmatig mee. Zo stimuleren we het spel en kunnen we de kinderen uitdagen om een stapje verder te doen in hun ontwikkeling. Regelmatig worden dan ook opdrachten gegeven voor het spelen.

 

Opdrachten

Daarnaast zijn er iedere week twee opdrachten van de week. Dit kan een spel- teken- of knutselopdracht zijn. De kinderen mogen zelf plannen wanneer ze de opdrachten doen, maar het moet binnen een week af zijn. Zo leren de kinderen dat er ook dingen zijn die gewoon gedaan moeten worden. Er is een nieuwe aftekenlijst voor deze opdrachten. De kinderen moeten daarop ook aankruisen op welke dag ze de opdracht doen. Dit geeft mij inzicht in de werkhouding en motivatie van uw kind.

In de loop van het schooljaar kan er een extra opdracht van de week zijn. Dit kan voor kinderen gelden die al heel ver zijn in het lees- of rekenproces of juist voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Deze opdracht is dan verplicht voor een aantal kinderen die het aankunnen en facultatief voor de andere kinderen.

 

 

Observeren, toetsen en peilen

Alle kinderen worden regelmatig geobserveerd door de groepsleerkracht. Hiervan legt zij kort haar bevindingen vast in het digitale dossier (portfolio) van uw kind.

Daarnaast gebruiken we twee toets/peilmethodes:

-         OntwikkelingsVolgmodel voor Jonge Kinderen van het Seminarium voor Orthopedagogiek te Utrecht. Dit is een observatie- en registratiemethode voor diverse ontwikkelingsgebieden: sociaal-emotionele ontwikkeling, spelontwikkeling, motorische ontwikkeling, taal-lees-rekenontwikkeling, etc. Er zijn twee observatiemomenten (enkele weken) in oktober en februari-maart waarbij geregistreerd wordt hoever ieder kind is gekomen in de ontwikkeling (op verschillende ontwikkelingsgebieden) en of het kind, vergeleken met het vorige observatiemoment, voldoende vooruitgang heeft gemaakt. Ook geeft dit systeem een goed beeld van de totaalontwikkeling van het kind, vergeleken aan diens leeftijd.

-         CITO: in februari/maart maken alle kinderen twee CITO-toetsen: taal en ordenen (rekenbegrippen). Dit gebeurt tijdens schooltijd, meestal in kleine groepjes buiten de klas. Mocht de uitslag van de toets wat teleurstellend zijn, dan wordt u hiervan op de hoogte gesteld in een gesprek, en wordt bekeken hoe we uw kind verder kunnen helpen in de periode die daarop volgt.

-         Voor een leerling waarvan we vermoeden dat hij of zij zich onvoldoende ontwikkelt en/of als er kans is op dyslectie, is er een screening oudste kleuters voor risicofactoren lezen en spellen.

 

Zorg

Natuurlijk ontwikkelt niet ieder kind zich even snel. In iedere groep zijn er kinderen die extra zorg nodig hebben. Als er bij ons als leerkrachten bezorgdheid leeft over de ontwikkeling van een kind, stellen wij de ouders op de hoogte. In een eerste gesprek proberen we naar boven te krijgen wat er aan de hand is en wat juist dit kind specifiek nodig heeft. Daarover worden afspraken gemaakt en aan de hand van een handelingsplan wordt extra zorg in de groep geboden. We halen geen ‘individuele’ kinderen uit de groep om individuele begeleiding te krijgen. Onze ervaring is dat juist in de veilige groep in een speelsituatie de zorg het beste helpt. Na verloop van tijd wordt het hulp-proces geëvalueerd en wordt bekeken hoe het verder moet. Juf Marcella is onze Interne Begeleider, zij ‘bewaakt’ onze leerlingenzorg. Zij zal zo mogelijk ook bij belangrijke gesprekken aanwezig zijn. Deze gesprekken worden altijd overdag gehouden, we spreken daarbij een begin- en eindtijd af.

 

 

Wat gebeurt er verder in groep 2?

 

Bijbelverhalen en liedjes

Aan het begin van de dag wordt de kaars aangestoken: we creëren een sfeer van eerbiedig zijn. Als we de dag beginnen zijn we verbonden met God: dan is er een (gezongen) gebed. Wekelijks vertellen we de kinderen twee of drie verhalen uit de bijbel. Ook leren we liedjes die bij deze verhalen passen. In de nieuwsbrief kunt u lezen welke verhalen aan de beurt zijn.

 

Kring

Iedere dag zijn er een aantal kringmomenten. In de kring gebeuren een aantal activiteiten, verdeeld over de dag: muzikale vorming, sociaal-emotionele ontwikkeling (Leefstijl), drama, voorlezen uit prentenboeken, voorlezen uit een voorleesboek, vertellen, rekenactiviteiten, taal-leesactiviteiten, wereldoriëntatie, uitleg van de opdrachten van de week en schooltv.

 

Kiesbord en logboek

De kinderen kunnen zelf hun activiteiten kiezen op het kiesbord. Zo leren ze op hun beurt wachten en plannen wat en met wie ze iets willen doen.

Meestal hebben de kinderen vrije keuze, maar regelmatig bepaalt de juf wie waar(mee) gaat spelen. Zo wordt voorkomen dat kinderen steeds hetzelfde kiezen.

Als het opruimtijd is, maar het kind is nog niet klaar, dan kan hij/zij een ‘afspraak’ maken met de juf. Zij noteert dan in het logboek wat het kind de volgende dag nog wil afmaken/verder spelen, of het kind schrijft dan zelf zijn/haar naam in het boek.

 

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Iedere week wordt één of meerdere malen tijd vrijgemaakt voor de methode ‘leefstijl’. Voor groep 2 zijn er zeven thema’s:

-         Ik en mijn klas

-         Praten en luisteren

-         Dit ben ik!

-            Wat ik voel

-         Mensen die belangrijk voor me zijn

-         Samen spelen

-         Zorgen voor mezelf

De activiteiten beginnen altijd met een ‘energizer’: een leuke, spannende bewegingsactiviteit. Daarna is er een versje, een liedje, een verhaal of gesprek en soms ook een werkblad.

 

In de klas zijn 3 medailles. Kinderen kunnen een medaille krijgen als ze heel aardig waren voor een ander, iets heel netjes hebben opgeruimd of iets heel moois hebben gemaakt… kortom: als ze iets geweldigs hebben gedaan! Altijd wordt benoemd waarom je de medaille hebt verdiend. De kinderen vinden het fijn om een medaille te krijgen en zo krijgen ze complimenten van de hele klas. Bovendien vergroot het hun inzicht in eigen positief gedrag.

 

Gym

Bij minder mooi weer of hevige kou gaan we de gymzaal in. We spelen dan tik- of zangspelletjes, we klimmen, klauteren en balanceren, of we spelen met ballen, hoepels of ander klein materiaal. Kleuters hebben veel beweging nodig. Hieraan wordt, zowel bij het buiten spelen, als in de gymzaal, tegemoet gekomen.

 

 

Zelfstandig werken

Voor zelfstandig werken gebruiken we een stoplicht en een ketting. Bij oranje mogen de kinderen de leerkracht niet storen (wel gewoon met elkaar praten) en kan de leerkracht extra hulp aan een kind/groepje kinderen geven. De leerkracht zal tijdens het oranje stoplicht een ketting dragen waaraan de kinderen kunnen zien dat ze haar niets mogen vragen. De ‘kinderen van de dag’ zullen op dat moment een groene ketting dragen, aan hen mag om hulp worden gevraagd. Bij groen licht mogen de kinderen de leerkracht altijd vragen stellen. We beginnen in groep 2 met 5-10 minuten.

 

En dan… groep 3?

Voor je het weet is het jaar alweer om. De meeste kinderen kunnen moeiteloos de stap naar groep 3 maken, zoals ze ook moeiteloos de stap van groep 1 naar 2 hebben gemaakt. Voorwaarden op het gebied van taal en rekenen, maar ook motorische en sociale vaardigheden die aanwezig moeten zijn bij kinderen naar groep 3 gaan, worden in groep 1 en 2 verworven. We willen u als ouders vragen of u niet de indruk bij uw kind wilt wekken dat ‘het pas echt begint in groep 3’. Zo krijgt het kind het idee dat het ineens heel moeilijk wordt in groep 3 en kan hij/zij er tegenop zien.

Als school vinden we een doorgaande lijn zeer belangrijk. We observeren en toetsen alle kinderen regelmatig, zodat we ruim op tijd extra zorg kunnen bieden als dat nodig is. Als u in mei nog geen oproep hebt gekregen voor een extra gesprek, betekent dit dat uw kind gewoon doorgaat naar groep 3.

 

De school gebruikt bij het bepalen van de overgang van kinderen naar een volgende groep een protocol waarin staat verwoord wat de voorwaarden zijn.

 

Om de doorgaande lijn ook voor kinderen zichtbaar te maken hebben we afgesproken dat er in groep 3 in het begin van het jaar veel tijd gemaakt wordt voor spelen. De kinderen van groep 3 komen dan in ons lokaal spelen terwijl wij buiten spelen of gymmen.

 

 

Flip de Beer

Deze vriendelijke beer komt in onze klas logeren. Ieder weekend logeert Flip bij een kind uit de klas. Doel van dit project is dat kinderen zich vertrouwd voelen en iets hebben om voor te zorgen. Tweede doel is dat kinderen in aanraking komen met taal: voorlezen en geschreven taal. Flip bezit een map waarin tijdens iedere logeerpartij naar hartelust geschreven en getekend kan worden, maar natuurlijk ook voorgelezen wat hij allemaal al heeft beleefd.

 

 

Bibliotheek

Dit jaar hopen we een aantal keren met de kinderen en ouders naar de bibliotheek te gaan om boeken uit te zoeken voor de klas. We vinden het fijn als u mee gaat! De bezoeken worden aangekondigd in de nieuwsbrief en de data staan natuurlijk ook op de intekenlijst in de gang.

Tijdens het bezoek wordt er een groepje kinderen aan uw zorg toevertrouwd waarmee u boeken uitkiest. U kunt met uw groepje een rustige plek opzoeken waar u de kinderen kunt voorlezen.

 

Computer

In de groep gebruiken we twee computers. We gebruiken twee programma’s: Schatkist met de muis (dit zijn taal/leesprogramma’s voor kleuters) en ‘Bas gaat digitaal’, waarin een taalprogramma en een rekenprogramma wordt gebruikt. Bas gaat digitaal heeft daarnaast ook woordenschatuitbreiding als doelstelling.

Bij ‘Schatkist met de muis’ is een leerlingsysteem waarin alle vorderingen van de kinderen die met dit programma werken worden geregistreerd. De kinderen loggen in met hun naam en een specifiek plaatje.

 

Op de informatie-avond aan het begin van ieder schooljaar vertellen we nog veel meer over het reilen en zeilen in groep 2.

Gerjanne de Bruijn

Marianne Boot

 




Da Costaschool

Laan van Turkenburg 2
2411VM Bodegraven
T 0172 611897
F 0172 613582
dacostaschool@d4w.nl








Wat komt er aan?

Studiemiddag

Dinsdagmiddag 14 februari 2012 zijn de leerlingen van groep 1 t/m 4 vrij i.v.m. een studiemiddag. Meer informatie...




Gezelligheid staat voorop